MY CARDEA

Onderzoek binnen Cardea

Cardea werkt zo veel mogelijk met methoden die bewezen effectief zijn. Daarnaast doet Cardea zelf ook onderzoek om effectiviteit te meten en/of de hulpverlening te optimaliseren. Twee belangrijke onderzoeken die Cardea heeft uitgevoerd zijn het SMILEY-onderzoek en het VraaG-onderzoek.

SMILEY-onderzoek

Cardea wil graag weten hoe tevreden cliënten zijn over de hulp die ze bij Cardea krijgen. Voor cliënten onder de twaalf jaar in de geïndiceerde jeugdzorg is momenteel geen gevalideerd instrument om tevredenheid te meten. Cardea heeft het initiatief genomen om in te spelen op deze behoefte. In opdracht van Cardea is daarom een landelijk wetenschappelijk onderzoek gestart om het cliënttevredenheidsinstrument, de ‘SMILEY 9-12’ (Von Rudnay, 2005) voor kinderen van 9 tot en met 12 jaar te toetsen op geschiktheid. 

De ‘SMILEY 9-12’ is een vragenlijst waarmee tevredenheid over de hulp kan worden gemeten bij jonge kinderen van 9 tot met 12 jaar. In de vragenlijst zijn stellingen opgenomen die aansluiten bij het kwaliteitsaspect klantgerichtheid van KWIS, de kinderkwaliteitscriteria van jeugdigen, de Wet op de Jeugdzorg, doelrealisatie en participatie. Door gebruik te maken van ‘smileys’ kunnen kinderen op een speelse manier zelfstandig hun mening geven op deze stellingen. Met een cijfer wordt gevraagd om de totale hulp te waarderen. Aan het einde van de vragenlijst is gelegenheid om met open vragen suggesties voor verbetering van de hulp aan te geven.

Voor een verantwoorde toepassing van de SMILEY 9-12 op grote(re) schaal in de jeugdzorg is het van belang inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van dit meetinstrument. Het onderzoek richt zich in hoofdlijnen op kennis over de psychometrische eigenschappen van de vragenlijst en de omstandigheden waaronder de vragenlijst wordt afgenomen. Daarnaast wordt gekeken naar differentiatie in uitkomsten met betrekking tot type hulpvorm en type fase waarin de hulpverlening zich afspeelt.

Het SMILEY-onderzoek is in samenwerking met de Universiteit Leiden en de Rijksuniversiteit Groningen uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek worden begin 2012 verwacht. Voor vragen, suggesties of wens tot deelname kan contact worden opgenomen met Ilonka von Rudnay.
 

Twitter Hyves LinkedIn Facebook Print page Send 2 friend
VraaG-onderzoek

Sinds 2001 wordt bij Cardea het programma Gezin Centraal uitgevoerd. Met het VraaG-onderzoek is dit programma geevalueerd. De hulpverleningstrajecten van cliënten bij Gezin Centraal zijn heel nauwkeurig onderzocht. De twee belangrijke uitgangspunten van Gezin Centraal zijn: vraaggericht werken en gezinsgericht werken. In het onderzoek is gekeken naar deze manier van werken, naar de tevredenheid, de afname van de problemen en in hoeverre de doelen van de cliënt gehaald zijn. 

Gezin Centraal bestaat uit een aantal onderdelen: intensieve gezinsbehandeling, hulp in de daghulpgroep op een campus, hulp in het logeerhuis en diverse trainingen. Ter vergelijking zijn bij soortgelijke onderdelen binnen Cardea, maar ook extern (bij Stichting Jeugdformaat) onderzoeksgegevens verzameld. Zowel ouders en jeugdigen vanaf 11 jaar als hulpverleners hebben vragenlijsten ingevuld en gesprekken gevoerd met onderzoekers om te reflecteren op het afgelegde hulpverleningstraject. In het VraaG-onderzoek is een antwoord gezocht op de vraag: Hoe krijgt het vraaggericht werken binnen de onderdelen van Gezin Centraal feitelijk vorm en welke gevolgen heeft de toegepaste werkwijze voor de cliënten van Cardea en voor de organisatie? 

In oktober 2011 is Janneke Metselaar op dit onderzoek gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Wilt u meer weten over de uitkomst van het onderzoek? Lees meer