Wat hebben de ouders van de driejarige Bas zich zorgen gemaakt. Hij fladdert met zijn handen, praat nog nauwelijks en reageert vaak niet als hem iets gevraagd wordt. Is er sprake van autisme zoals de logopediste voorzichtig heeft geopperd? Na een periode van diagnostiek voelen ze zich sterk genoeg om even zonder professionele hulp te kunnen. Jojanneke de Haas vertelt een verhaal uit de praktijk van ons diagnostiekteam Kijk Wat Ik Kan (KWIK).

Ik ben trots op de ouders van Bas. Doordat zij zich open en kwetsbaar hebben opgesteld, zijn we nu op het punt beland dat zij zich sterk genoeg voelen om drie maanden zonder professionele hulp verder te kunnen. Een soort zorgpauze. Wie had dat gedacht, want zij hebben zich heel veel zorgen gemaakt vanwege het bijzondere gedrag van hun 3 jarige zoontje.

Vanmiddag tijdens de eerste evaluatie van onze observatie en diagnostiek module de KWIK, heb ik samen met de gedragswetenschapper, mooie afspraken gemaakt met de ouders van de Bas. Zij kwamen bij ons terecht omdat ze willen weten of hun zoon een stoornis in het autistisch spectrum heeft. En welke begeleiding hij nodig heeft om straks naar de basisschool te gaan als hij 4 jaar is.

Veel begeleiding, uitleg en nabijheid nodig

Bas zijn gedrag is al wat langer opvallend. Omdat hij als baby veel huilde, hebben ouders hem van het kinderdagverblijf moeten halen. Ook bij een gastouder is het niet gelukt. Daarom is zijn moeder gestopt met werken, Bas fladdert met zijn handen als hij blij is en heeft veel begeleiding, uitleg en nabijheid nodig, vooral van zijn moeder. Dat is best zwaar. Ze zijn dichter bij oma gaan wonen zodat zij kan helpen met de opvoeding. Bas praatte niet of nauwelijks. Toen de logopediste voorzichtig het woord autisme liet vallen, zijn ouders gaan nadenken. Ze trekken aan de bel en worden naar ons doorverwezen voor procesdiagnostiek.

Open, kwetsbaar en eerlijk
De moeder vertelt hoeveel zorgen ze zich maakt omdat Bas fladdert met zijn handen, hij nog nauwelijks praat en hij vaak niet reageert als hem iets gevraagd wordt. Ik vind het heel knap dat zij zich zo kwetsbaar opstelt. Zij deelt haar verdriet maar durft ook heel eerlijk naar zichzelf te kijken. Ze is open en eerlijk in hoe ze met hem omgaat. Ook heeft ze laten zien (en is ze in gaan zien!) hoe goed ze haar kind kent en komt zelf tot plannen om de situatie te verbeteren. Ze vindt het bijvoorbeeld belangrijk dat hij zonder IPad eet en in zijn eigen bed slaapt. Met deze doelen gaan ze nu zelf aan de slag. 

Flinke sprongen vooruit

Na een aantal weken van observatie  van zowel Bas zelf als de interactie tussen hem en zijn ouders, zien we dat hij flinke sprongen maakt in zijn ontwikkeling. Hij gaat beter praten, kan zijn aandacht beter vasthouden en heeft zijn emoties beter onder controle. Hij lijkt steeds beter te begrijpen wat zijn omgeving van hem vraagt en kan hier beter mee omgaan. Zijn ouders spelen een belangrijk rol bij deze positieve ontwikkeling. Doordat zij meer bewust zijn van wat ze hem willen leren, ze gaan steeds beter zien hoe ze met hem om kunnen gaan..

Ouders regelen op eigen kracht een VVE- (Voor- en Vroegschoolse Educatie) indicatie op de peuterspeelzaal zodat Bas vier ochtenden naar de speelzaal mag. Dat is heel goed voor zijn ontwikkeling en hij gaat enorm vooruit.

Omdat het zo goed gaat, besluiten we een zorgpauze in te lassen om Bas de tijd te geven verder te groeien. Niemand kan nog zeggen of er inderdaad sprake is van een autisme spectrum stoornis en of dit jongetje straks slaagt op de basisschool.  Maar vol vertrouwen zien we elkaar over drie maanden terug.

Jojanneke de Haas, medewerker KWIK Cardea


Ouders zijn akkoord met het delen van dit verhaal. Essentiele kenmerken zijn veranderd om herkenbaarheid te voorkomen. Het jongetje op de foto is niet Bas.

 Foto: Wendy Wei via Pexels