MY CARDEA
Publicatiedatum: 25-10-2019

Goede jeugdzorg heeft in het belang van kinderen en gezinnen vertrouwen nodig

Afgelopen week was groot in het nieuws: 25% van de jeugdzorginstellingen draait rode cijfers. Omroep West benaderde ons met de vraag of ik een interview wilde geven over de situatie bij Cardea. Ik heb hier positief op gereageerd, niet om heel erg in te gaan op onze rode cijfers, maar om aandacht te vragen voor een aantal achterliggende problemen zoals administratieve lasten, de waan van aanbestedingen en het ontbreken van een eerlijk tarief voor ons werk.

Laat ik beginnen met dat ik nog steeds achter de gedachte sta dat de aansturing van jeugdhulp door de gemeenten in principe een goede zaak is. De samenwerking tussen de verschillende partijen die zich bezighouden met de hulp aan jeugdigen en hun gezinnen is in de afgelopen jaren onder andere hierdoor sterk verbeterd. De burgers kennen de gemeenten en weten wie daar verantwoordelijk is voor de zorg aan jeugd. De gemeenten kennen de partijen die de zorg leveren en kunnen daar afspraken mee maken. Verder zijn gemeenten in staat meerdere domeinen aan elkaar te koppelen. Denk hierbij aan schuldhulpverlening, wonen, etc.

Ik had verwacht dat het na bijna vijf jaar goed zou gaan, maar tot mijn verbijstering zijn we verder van huis dan ooit tevoren. Een noodkreet in drie delen…

1. Doorgeslagen verantwoordingsdrang vanuit de gemeenten. Waar wij vroeger verantwoording aflegden aan één partij (de provincie) moet dit nu aan verschillende gemeenten. Deze gemeenten zijn ook nog eens verschillend in hun verantwoordingseisen. Dit zorgt ervoor dat medewerkers die zorg moeten verlenen aan jongeren/kinderen en hun gezinnen relatief veel tijd kwijt zijn aan administratieve lasten. En dat terwijl de werkdruk toch al hoog is en er steeds meer met minder geld moet worden gedaan. Naast de last die het legt op onze hulpverleners hebben wij moeten investeren in informatiesystemen die vele verschillende verantwoordingen aankunnen en in mankracht bij ondersteunende administratieve afdelingen die de verantwoordingen kunnen verzorgen. Let wel, ik snap heel goed dat de inzet van publieke middelen door ons moet worden verantwoord, maar de gedetailleerdheid waarmee dat nu moet gebeuren gaat veel te ver. Dat voegt echt niets toe. Het is een voorbeeld van wat ik geïnstitutionaliseerd wantrouwen noem. Ik roep mijn collega’s op om met ons gezamenlijk af te spreken welke gegevens we nog leveren en op welke momenten we dat doen. En dat gaan we de gemeenten vertellen.

 

2. Tijdrovende en geldverslindende aanbestedingen. Veel gemeenten zijn bezig met aanbestedingen. Voor ons voortbestaan moeten we hier aan meedoen. In de aanloop naar een aanbesteding zitten heel veel mensen op heel veel bijeenkomsten urenlang te praten over wat er in de aanbesteding moet komen. Gemeenten huren hier veelal externen bij in om hen te ondersteunen. Instellingen maken mensen vrij om hier aan mee te werken, zetten afdelingen accountmanagement op om de antwoorden te kunnen geven op de uitvragen van de gemeenten. Er zijn al een aantal rechtszaken gevoerd tegen aanbestedingen. Dit kost veel geld en tijd en voegt niets toe aan de zorg voor kinderen en hun gezinnen. De minister heeft miljoenen vrij gemaakt voor de jeugdhulp. Mijn angst is dat dit geld niet bij de zorg terecht komt, maar op gaat in de begrotingsgaten bij de gemeenten die door de jeugdzorg ontstaan zijn en naar systeemzaken. De gedachte dat de gemeente door aan te besteden verzekerd is van de beste hulp is een waanidee. Hou er nou eens mee op!

3. De tarieven zijn te laag Het is een gotspe: we worden geconfronteerd met tarieven die zo laag zijn dat er geen verantwoorde zorg mogelijk is. Let wel: uitzonderingen daargelaten. Sommige gemeenten snappen dat goede zorg een prijs heeft. Echter, al te vaak zien we een kaalslag die een direct en onherstelbaar effect heeft op de kwaliteit van de hulp. We willen de cliënt het liefst in hun eigen vertrouwde omgeving bezoeken en helpen. Dit is volstrekt onrendabel aangezien reistijd vaak niet of nauwelijks wordt vergoed. We willen een compleet beeld krijgen en gezonde krachten rond het kind en het gezin activeren. Dus hebben we graag contact met de huisarts, de leerkracht, de voetbaltrainer, de oma, etc. Maar dit is geen direct contact met het kind en geen declarabele tijd. Deze tijd wordt vaak niet vergoed. We kunnen dus minder doen om te voorkomen dat we financieel leeglopen. We hebben academisch geschoolde gedragswetenschappers in dienst die goed zijn in diagnostiek, therapie en de begeleiding van onze maatschappelijk werkers. Inzet van deze krachten maakt de zorg beter en de tijd die we aan een kind/gezin besteden korter. Maar in de opbouw van tarieven wordt vaak alleen uitgegaan van de inzet van de uitvoerende HBO’ers. Hierdoor wordt goede zorg voor ons onbetaalbaar.

Het moet echt veranderen. Goede jeugdzorg heeft vertrouwen nodig en geen doorgeslagen verantwoordingsdrang. Vertrouw erop dat hulpverleners hun werk doen. Ze zijn goed opgeleid en doen echt geen dingen die niet nodig zijn. Hulpverleners zijn mensen die gefocust zijn op goede zorg, dat blijven zij doen, zelfs al gaat dit ten koste van zichzelf.

Laten we als gemeenten en instellingen een pas op de plaats maken en samen vaststellen dat de ingeslagen weg een zinloze tocht oplevert. Laten we doen wat nodig is tegen een eerlijk tarief, met redelijke verantwoordingseisen en laten we bekostigen op basis van subsidies. Niet volgend jaar, maar nu.

Het artikel n.a.v. het interview bij Omroep West, lees je hier: Jeugdzorg in rode cijfers: 'Op termijn is dit niet vol te houden' 

Twitter LinkedIn Facebook Print page Send 2 friend